Laatste berichten

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    

Fijne sites van Belgen

Fijne sites waar ik iets mee te maken heb

web-log.nl, powered by TypePad

Om u te vermaken

Aangezien dit blogje akelig stil is, zal u vast verlangen naar wat herrie

Daarom:

bezoek deze week of volgende week of die week erop even de galerie Kunstliefde aan de Nobelstraat 12a te Utrecht. aldaar is een vette tentoonstelling te zien van de bewegende en geluidmakende objecten van buurman R. Z. Denk aan een machine waarin noten uit de bocht vliegen, een zwiepzwap die een vliegtuigje laat vliegen en een typemachine die van een tot miljoen schrijft!

bezoek ook het eveneens in Utrecht gelegen Ekko en wel zondag 23 maart. Daar speelt het legendarische punkkotsje The Misselijk alsof ze de Ramones zijn! gaat gaat gaat gaat gaat dus allen

Of luister thuis naar Silence is Sexy

Kwaadaardige baltrapper is slechts quasi-grappig

afbeelding vergroten
'Mr. Woodcock' lijkt speciaal gemaakt te zijn voor mensen die zich bescheuren om homevideo’s waarin kinderen akelig snel van trappen rollen, dieren gelanceerd worden op de wipwap en mannen keihard een voetbal tegen de edele delen krijgen. Dat is ongeveer het niveau van deze comedy, waarin een glansrol is weggelegd voor hoofdrolspeler Billy Bob Thornton.

Hij is de gymleraar Mr.Woodcock en in die functie de grootste nachtmerrie voor dikkerdjes en andere non-sportieve kinderen. Die smijt hij graag met sadistische grijns net iets te hard op de grond tijdens judo of begeleidt hij bij het opdrukken door met één voet op hun ruggetjes te staan en die bijna te vermorzelen.

Eén van zijn oud-leerlingen, John Farley, is inmiddels volwassen maar denkt nog altijd met angst en beven aan hem terug.

Farley heeft net een succesvol boek geschreven over omgaan met je verleden en wordt om die reden geëerd in zijn geboortestadje. Daar ontdekt hij dat zijn grootste nachtmerrie wil trouwen met zijn moeder.

In zijn zoektocht naar de bewijzen dat Woodcock een nare man is, gaat natuurlijk alles mis. Waarbij hij hardhandig op de grond wordt gewerkt door zijn oud-gymleraar, bijna verdrinkt en bij elke actie een groter sulletje wordt. Erg verheffend is het allemaal niet, maar liefhebbers van pijnlijke valpartijen en akelig machtsvertoon zullen zeker aan hun trekken komen.

MR. WOODCOCK: 2 sterren (van de 5)
Comedy
Regie: Craig Gillespie.
Hoofdrollen: Billy Bob Thornton, Seann William Scott, Susan Sarandon.

García Márquez rommelig verfilmd

afbeelding vergroten

Het dikke boek 'Liefde in tijden van cholera' van de Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez verfilmen is niet de gemakkelijkste keuze die je kunt maken als regisseur. Het verhaal over de ingewikkelde liefde tussen Fermina en Florentino zit vol details en beschrijvingen, terwijl de hoofdpersonen vaak praten in poëzie. Mike Newell (o.a. Four Weddings and a Funeral) slaagt er dan ook niet in om het drama goed neer te zetten.

Dat begint al bij de eerste scène met twee oudere mensen, die duidelijk jonge acteurs zijn met een laag schmink op het gezicht. Het maakt alles wat ze doen ongeloofwaardig.

Maar het kan nog erger. Niet veel later haalt Newell het verhaal onderuit met zijn keuze voor de rol van Florentino. Waar die in het boek wordt beschreven als verlegen jongen met een lijkbleek gezicht, is hij hier een knappe charmeur. Daarmee verdwijnt de bijzondere keuze van de mooie Fermina voor de onaantrekkelijke Florentino en verliest hun liefde aan kracht.

Vreemd is het ook dat de rol van Florentino eerst wordt gespeeld door Unax Ugalde en later opeens door Javier Bardem. Dit soort verwarring doet de film geen goed. In combinatie met de rommelige opzet komt dit bloedserieuze drama niet uit de verf.

LOVE IN THE TIME OF CHOLERA: 2 sterren (van de 5)
Drama
Regie: Mike Newell.
Hoofdrollen: Benjamin Bratt, Javier Bardem, Giovanna Mezzogiorno.

Waterpaard met bambi-ogen

afbeelding vergroten

Wanneer in één van de eerste scènes een jongetje met natte ogen staart naar de foto van zijn vader, die vecht in de Tweede Wereldoorlog, lijkt 'The Water Horse' een sentimentele familiefilm te worden.
Niets is minder waar. Het verhaal over de geschiedenis van het monster van Loch Ness, gebaseerd op het gelijknamige boek van Dick King-Smith, is op alle fronten spectaculair en doorspekt met geestige dialogen.

De jonge Alex Etel, die de hoofdrol van Angus speelt, acteert ingetogen en zuigt je zijn avontuur in. Dat begint bij een ei, waar een vreemd monstertje uit komt dat Angus onder zijn hoede neemt. Crusoe, zoals Angus hem noemt, blijkt een waterpaard en is al snel te groot voor de badkuip. Hij moet naar het meer worden gebracht waar hem de ruimte wacht, maar ook de ellende van vissers met haken en schietende soldaten.

De spannende avonturen die deze ongewenste ontmoetingen opleveren, zijn prachtig in beeld gebracht. Vooral de special effects bij de capriolen van het waterpaard en zijn strijd met mensen zijn overdonderd.

Het geanimeerde monster met Bambi-ogen is bijna levensecht. Crusoe heeft zijn mooie en minder mooie trekjes, maar blijft duidelijk een dier. Vooral de blinde paniek van het waterpaard wanneer er op hem wordt geschoten, komt realistisch over en zorgt voor ontroering.

Hiermee komt de legende van Loch Ness liefdevol tot leven in een spannend sprookje voor jong en oud.

THE WATER HORSE: 4 sterren (van de 5)
Fantasy
Regie: Jay Russell.
Hoofdrollen: Alex Etel, Ben Chaplin, Emily Watson.

Rijkaard dus niet ontmoet....

Is dit een goede reden om zo lang niet te posten?

Img_0630

De kip en ik

Nlnl_kip_1Mijn vader krijgt vrijdag een kip. Dat weet hij nog niet, maar dat is wel het geval. Het zal een verrassing voor hem zijn, want hij leest dit weblog waarschijnlijk niet.

Al heb ik laatst wel ontdekt dat hier wellicht meer mensen dan Animon en J een bezoekje brengen. Zij houden zichzelf Animon. Dat mag. Al heeft het natuurlijk niets te maken met mijn vader en de kip die hij vrijdag krijgt. Dat is een heel ander verhaal.

Het is niet dat ik die kip onder mijn arm meeneem. Nee, ik geef hem slechts een certificaat. De kip die hij krijgt is namelijk een adoptiekip. Die blijft in de wei. Of in een stal die aardig groot is. Het is een diertje dat hij, en in dit geval ik, op afstand kan onderhouden. Maar waar hij dus wel de vruchten (lees: eitjes) van kan plukken (lees: afhalen). De kip krijgt in ruil daarvoor wat ruimte, lekker voer en een leven wat langer is dan drie maanden. En dat schijnt tegenwoordig nogal uitzonderlijk te zijn. De kip van mijn vader gaat dus een aardig leuk leven tegemoet en krijgt wellicht zelfs een naam van hem! Het kan niet op.

Bovendien scoor ik als dochter vrijdag tijdens mijn vaders verjaardagsfeestje waarschijnlijk flink met het meest originele cadeau van de avond. De rest van de mensen komt waarschijnlijk niet verder dan een fles Jachtbitter, een succesvol boek (bij voorkeur één van een schrijver met een moeilijke naam), een lading bijzonder bier, een cd met klassieke muziek (bij voorkeur van componisten met onuitspreekbare namen) en dozen zelfgemaakte bonbons. Alleen al daarom is het geven van een adoptiekip (www.adopteereenkip) de moeite waard.   

Ergens in Sicilië zag ik dit:

Img_0506

IJsland de lekkerste

20051118170329401

Ooit was hij, Einar Örn, respectabel. Of in ieder geval een medebandlid van Björk in de IJslandse band Sugarcubes. Anno 2007 is alles anders. Waar de verwachtingen hoog zijn van zijn project Ghostigital op het Haagse Crossing Border, is de teleurstelling groot. Niet voor mij overigens. Hoewel ik Björk aardig ken, heb ik slechts eenmaal een handjevol liedjes en beelden van de Sugarcubes gehoord en gezien. Dat vond ik best leuk.

Ghostdigital vind ik echter geniaal. In het zaaltje der IJslandse artiesten hebben we even daarvoor een elfje met magische zang gezien. Het publiek zat op stoeltjes rondom tafeltjes wat perfect bij de sfeer leek te passen. Ze waren kalm, maar gaven na elk elfenliedje een daverend applaus. Hun benen waren over elkaar gevouwen en hun tevreden blikken keken onafgebroken richting podium.

Wanneer we meer dan een uur later dezelfde zaal betreden, lijkt het publiek weinig veranderd. Ongeveer eenderde van de eerdere bezoekers zijn over, maar hun gedragingen zijn nagenoeg hetzelfde. Rustig zitten ze op stoeltjes met de benen over elkaar. Opeens lijkt dat absurd.

Op het podium staan nu Einar Örn en producer Curver. Waar laatstgenoemde snoeihard de meest smerige beats uit zijn installatie tovert, staat eerstgenoemde achter de microfoon. De wat gevulde vijftiger kronkelt, schreeuwt, scandeert militaristisch getinte teksten en maakt heupbewegingen alsof hij een danszaal vol tienermeisjes voor zich heeft.

Hij probeert de twintig mensen op de stoelen op te zwepen, maar zijn wilde bewegingen hebben weinig resultaat. De benen blijven over elkaar. Dan gooit hij het over een andere boeg. De zittende mensen moeten meedoen. Hem naschreeuwen. Met overdreven armbewegingen probeert hij het publiek te dwingen iets te doen. Hij schreeuwt. Eist een antwoord. Achterin gilt een dronken meisje met een iel stemmetje wat terug.

Örn is even tevreden. De beats worden harder, zijn danspasjes steeds minder ritmisch en de drankfles op het podium raakt langzaam leeg. Terwijl het volume toeneemt zoeken steeds meer mensen hun heil buiten de zaal.  Voor Örn een reden om een nieuw charmeoffensief te starten en de tien aanwezigen mee te laten doen met schreeuwen, yellen en dansen.

Zijn buik drilt als een custardpudding bij zijn gehos, terwijl zijn rode bezwete hoofd op knappen staat. Hij schreeuwt, gilt en kijkt quasi-zwoel de zaal in. Wij voelen het resultaat van deze charmeactie aankomen en verlaten de zaal. Met een bizar optreden in het hoofd en een maximum aan respect voor de tweede jeugd van de Sugarcubes-man.

De Jonge Dichter

Wat aarzelend schuifelt hij richting microfoon. In de zaal staan slechts een paar mensen. Het lijkt zijn zenuwen niet te temmen. Zijn lichaam trilt, zijn handen bewegen ongemakkelijk.

Helemaal vooraan staat een vrouw die waarschijnlijk zijn moeder is. Naast haar staan twee merkenmeisjes, die waarschijnlijk zijn zusjes zijn. De mogelijke moeder kijkt trots wanneer hij opkomt.

Hijzelf probeert vooral te wennen aan het licht. En aan het podium dat opeens angstvallig groot lijkt. De jonge dichter heeft een bundel uit en de tweede is op komst. Zijn bundels hebben grappige namen, maar de jongen kan er nu niet om lachen. Zweetdruppeltjes parelen op zijn hoofd en gorgelend probeert hij zijn stem te vinden. Voorzichtig spreekt hij zijn eerste woorden. Ongemakkelijk, alsof ze door een ander geschreven zijn.

Hij kijkt de zaal in, lijkt bekende ogen te zoeken, maar de felle lampen benemen hem zijn zicht. Langzaam herneemt hij zichzelf. Nog steeds twijfelend en zoekend naar een gepast tempo. Met een klein beetje zelfvertrouwen probeert hij hoge stemmetjes, lage stemmetjes en verschillende klemtonen. Hij sjort aan zijn blauwe overhemd. Haalt zijn handen door zijn weinige haar. Leest weer verder. Probeert voor te dragen. Hij doet zijn best en toch wil het niet.

Zijn mogelijke zusjes verdwijnen na een korte giechelsessie naar de gang. Zijn mogelijke moeder blijft trots kijken. De jonge dichter ploegt ondertussen voort. Alles lijkt hij te proberen, maar hij vergeet zijn grootste belang. Door zijn hoge en lage stemmetjes is zijn dichtkunst onverstaanbaar. Onhoorbaar en onnavolgbaar. Het leidt tot vertwijfeling bij het handjevol mensen in het publiek. En terwijl de jonge dichter doorploegt verleggen zij hun aandacht naar de drankjes in hun hand, het programmaboekje en het gratis nummer van VN.

In geroezemoes eindigt de jonge man zijn teksten, nog steeds zwetend in extreme mate. Een beleefd applaus vult de ruimte. Alleen vooraan heeft een vrouw van middelbare leeftijd haar handen in de lucht gegooid. Ze juicht met het enthousiasme van een kind op de glijbaan. Haar mogelijke zoon is haar held van de avond.  

Het einde van het jaar in zicht

Natuurlijk verwacht ik woedende reacties

juichende reacties

verdrietige reacties

reacties doortrokken van pijn

huilende reacties

en reacties met alternatieven

want hier zijn mijn favorieten van 2007:

89_1

01. The Good, the Bad & The Queen – Selftitled

02. Patrick Wolf – The Magic Position

03. Radiohead – In Rainbows

04. Arcade Fire – Neon Bible

05. Spoon – Ga Ga Ga Ga Ga

06. Bright Eyes – Cassadaga

07. Wilco – Sky Blue Sky

08. Cold War Kids – Robbers & Cowards

09. Pop Levi – The Return To Form Black Magick Party

10. The Shins – Wincing the Night Away

Stilte

De stilte was toegeslagen op dit nietige blogje, maar vandaag zal er weer geluid zijn...

Nacht

Het donker omsluit het gebouw. Langzaam wordt alles stil. De nacht doet haar intrede in Rijswijk. De schaduwen van vogels, katten en vreemdsoortige monsters doemen op in de beveiligingscamera. Een auto staat helemaal alleen op de immense parkeerplaats. Binnen is het bijna stil. Zacht klinkt het rustige getik van de Buitenland-redacteur, een zoemend geluid in de radiatoren en de bijna onhoorbare stem van een belspelmeisje. Iets verder in het gebouw wordt af en toe iets neergezet en lopen voeten over het zeil. Heel soms slaat een deur dicht. Verder gebeurt er niets. De branden, de ongelukken en de andere ellende is nog niet begonnen. Niemand doet wat in het land. Heel af en toe schrijft de Buitenland-redacteur een stukje. Over Polen meestal. Ondertussen kijk ik rond. Surf langs de hipste nieuwssites, de stomste dagbladen en de meest ellendige tijdschriften. Ik check de mail en zoek naar hoofdpunten van het nieuws. Voor het jaaroverzicht. Ik zie veel doden, seksschandalen en andere smeuïge artikelen voor mijn ogen voorbijkomen. Hoogtepunt na hoogtepunt selecteer ik en zet ik in een lijst. In het gebouw gebeurt nog steeds niet veel.

Pas wanneer ik na de zoveelste wc-ronde achter mijn bureau wil plaatsnemen ontstaat er actie. Ik schrik er nogal van. De telefoon rinkelt. In een adembenemend tempo grabbel ik mijn opschrijfblokje en pen bij elkaar en neem hijgend het kreng op. Aan de andere kant van de lijn hoor ik een bekende stem lachen. Het is T., de beroepsstalker met zijn warrigheden die kant nog wal slaan. T. spreekt wat onuitsprekelijke zinnen over AIDS en hiv en andere erge ziektes en hangt dan op. Mijn laatste hoop vervliegt. Deze nacht zal niet in het jaaroverzicht met hoogtepunten komen.

Geslaagde comeback voor Kula Shaker

00010087_press376

Acht jaar na hun successen op Lowlands en Pinkpop is Kula Shaker terug. De hereniging werd dit jaar beklonken met de aardige cd Strangefolk en een bijbehorende tournee. In een hyperenergieke show in de Amsterdamse Melkweg grossieren de Britten in prachtige popliedjes, funky uitstapjes en uitbundige rockers. Het publiek mag bepalen of de comeback de geslaagd is.

De Melkweg is flink volgelopen voor de Britse band. Aan de The Kevin Kostners de taak om het publiek op te warmen. Een lastige blijkt snel, want het gros van de bezoekers houdt zich liever bezig met schreeuwsessies over de hele lengte van de zaal. Die voortdurende dronkemansgesprekken zijn slechts een kleine smet op de avond. Wie wel oplet, ziet namelijk een strakke show.

De Britten zijn misschien een paar jaartjes ouder, maar zitten boordevol energie. Zanger Crispian Mills springt, huppelt en begroet zijn publiek met kinderlijk enthousiasme. De andere bandleden toveren nonchalant prachtige melodieuze orgelstukken, funky basloopjes en vreemde drumritmes tevoorschijn. Steeds weer zorgt hun samenzang voor hoogtepuntjes.

De opening is direct sterk met de hit Hey Dude, waarna de wat saaie stadionrocker Out On The Highway en het swingende Second Sight van het nieuwe album Strangefolk volgen. Out On The Highway is de enige flauwe keuze. De rest van de tijd speelt Kula Shaker het beste oude werk en precies hun sterkste nieuwe nummers. Bijvoorbeeld het funky Dr.Kitt en het wonderschone Die for Love. Speciale aandacht verdienen de prachtige coupletjes van Hurricane Season. In het witte licht brengt Mills ze op intieme wijze en zorgt daarmee voor het grote kippenvelmoment van de avond.

Opvallend is dat Kula Shaker tijdens het concert vooral als ‘gewone’ rockband naar voren komt. Met hier en daar dus prachtige popliedjes, testosteronrockers en funky uitstapjes. De traditionele Indiase muziek, die ze in het verleden graag toevoegden, blijft vrijwel achterwege. Pas tegen het einde krijgt het concert een spirituele draai. Direct gaat er van alles mis met Mills’gitaren.

Wel wordt succesnummer Tattva met haar soepele refrein ‘Acintya, Bheda, Bheda, Tattva’ door de hele zaal mee geschreeuwd. Even later mag iedereen ‘Narayana’ meezingen in het nieuwe nummer Song of Love. Als dan ook nog wordt afgesloten met die andere grote hit Govinda, is het feest voor de fans compleet. Iets te lang zeurt het lied als mantra door. Aan de dolgelukkige glimlach van een aantal dansende hippiemeisjes is te zien dat dit niet voor iedereen vervelend is. Met een enorm slotapplaus geeft het publiek overtuigend antwoord op de beginvraag: de terugkeer van Kula Shaker op het podium is meer dan geslaagd. RIANNE VAN DER MOLEN

www.oor.nl

De Machinist

Trein

22.10

,,Dames en heren, we staan nog even stil op Amsterdam Centraal. De machinist ontbreekt. We hopen hem snel te vinden. Onze excuses voor het ongemak.’’

22.15

,,Dames en heren, zoals u heeft gemerkt rijden we nog steeds niet. De machinist is nog steeds niet hier. We gaan nu een andere bellen.’’

22.22

,,Dames en heren, onze excuses voor de vertraging, maar we hebben nog steeds geen machinist. We hebben er wel één in Amsterdam gebeld en hopen dat ie op zijn fiets wil stappen.’’

22.27

,,Dames en heren, zoals u hebt gemerkt staan we nog steeds stil. Gelukkig hebben we ook goed nieuws. Een machinist uit Amsterdam is op zijn fiets gestapt richting station. Hij kan hier misschien al over tien minuten zijn.’’

22.42

,,Dames en heren, de Amsterdamse machinist is binnen en over enkele minuten vertrekt hij met jullie richting Haarlem, Heemstede-Aerdenhout en Den Haag Holland Spoor. En nog wat andere onbelangrijke stations natuurlijk. Wij wensen u een prettige reis.’’

22.44

,,Dames en heren, wij wachten nog even voor rood sein. Desalniettemin wensen we u nu alvast een goede reis. We hopen u snel weer te verwelkomen op één van onze stations.’’   

Het was weer dag

Alles leek zo mooi. Rond een uur of drie of misschien wel vier was ik in slaap gevallen. Op een matras. Even voordat ik in slaap viel had ik daar P. nog afgetrapt. Niet omdat P. niet lief is, maar omdat jongentjes niet op matrassen mogen slapen waar al twee meisjes op liggen. En die meisjes waren wij. Ik en M. We lagen midden in de huiskamer. Gelukkig deden we dat al lang en roken we de verschraalde bierlucht met platgetrapte pindageur niet zo goed. De televisie stond aan. Op het scherm deed The Dude de ene koele na de andere koele uitspraak. De jongens in de kamer zeiden alles mee. Door alcohol was hun timing enigszins aangetast en dat betekende dat wij, de meisjes, er helemaal niets van konden verstaan. Eigenlijk konden we het ook niet zien. Dat was omdat er mensen voor zaten en wij op een matras lagen. Had ik al gezegd dat het een luchtmatras was?

Goed, om een lang verhaal eindelijk eens kort te maken viel ik in slaap. Ik gok dat de film rondom The Dude nog steeds aan stond. Maar dat weet ik niet zeker. Ik sliep immers. Een diepe droomvolle slaap. De mensen van het feestje waar ik was verschenen zag ik vermengt worden met oud-collega’s, leraren en mentoren. En vice versa. Iedereen danste en niemand kon het. Ik werd geslagen, maar voelde niets. M. kwam langs, maar hij kuste me niet. Kortom: een mooie droom.

Tot ik langzaam de pijn in mijn schouder begon te voelen. Eerst dacht ik nog dat het te maken had met de droomklap die ik gekregen had, maar langzaam werd ik wakker. De pijn in mijn schouder bleef. Ik bemerkte dat ik bijna op de grond lag. Weliswaar op het matras, maar mijn botten voelden de vloer schroeien. Ik snapte het niet. Vriendinnetje M. was weg. In de kamer nam ik de contouren van enkele andere mensen waar. Mijn schouder deed pijn. Ik snapte het niet. Dus gleed ik weer weg in een diepe slaap. Die slaap is een groot en gapend gat.

Opeens hoorde ik gerommel. Langs me heen liepen twee mensen. Een ander zette de radio aan. Ik murmelde: zachter, zachter. Daarna verscheen er een hoofd vlakbij mijn matras. ,,Psst, R. moet jij nog naar Utrecht?” Ik zei nee, maar bedacht nog dezelfde minuut dat ik wel wilde. Dus sprong ik op, verdwaasd als een lelijk eendje. Keek naar het matras, dat inmiddels bijna helemaal leeg was. Voelde aan mijn pijnlijke schouder. En dacht aan de hoofdpijn die binnen enkele minuten zou verdubbelen. Na de nacht was het weer dag.   

Opfleuringsfoto (blog van niks)

Er schijnen mensen te bestaan die niet van katten houden

Ooit was ik één van hen

Tot ik K. ontmoette

Img_0178

Een dansende bruid in de menigte

Dscf1929

Zoek de tien bekenden

(Photo made by Estar)

Pukkeltjespop

Patrickwolf2

Dit jaar is hier eindelijk het grote vergelijkend warenonderzoek. Met Pukkeltjespop, in de volksmond Pukkelpop, en Lowlands als kandidaten. Het laatste festival heb ik twee edities meegemaakt, terwijl ik dit jaar mijn debuut op het eerstgenoemde maakte. Het onderzoek is vervelend genoeg te simpel voor woorden. Lowlands wint met vlag en wimpel. Waarom? Hun line-up is dit jaar net iets lekkerder (The Good, the Bad en The Queen, MIKA en Mötorhead) en bovendien zijn de toiletten schoner, is het terrein gezelliger en het eten een stuk spannender. Pukkelpop verliest hierop dik, al was er welzeker wat te beleven in het Belgische Hasselt.

Op donderdag vielen we direct met onze neus in de boter bij de Eagles of Death Metal. Deze garageband rondom Jesse Hughes is een genot voor het oog. Gillende rock over cola en kauwgomballen en boven alles die fantastische snor van de frontman. Een gevaarte dat je zelfs je ergste vijand niet toe zou wensen. Niet voor niets werd Hughes de volgende dag beschreven als Half mens, Half snor. 

Nog zo’n vreselijke snor had frontman Emanuel Lundgren van I’m From Barcelona. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat Emanuel een aantal jaar geleden een heel appetijtelijke Zweed was (zie oude foto’s op dit log), maar dat is nu helemaal over. Gelukkig is zijn muziek nog altijd fijn en schreeuw ik mee op hits als Treehouse, Collection Of Stamps, Oversleeping en natuurlijk Chicken Pox. En gooit het 29-koppige gezelschap weer voor een vermogen aan confetti en ballonnen de zaal in. Hoogtepunt daarbij is de crowdsurfact van Emanuel op een opblaashaai. Al is de in een berenvacht verpakte dikzak ook niet mis.

De rest van de avond is een stuk minder. Willy Mason had zijn vlucht gemist en zijn band speelt een akoestische set, Devendra Banhart is fascinerend maar haalt niet de magie van eerdere concerten en M.I.A. blijk ik tot mijn grote verbazing helemaal niet leuk te vinden. Gelukkig is Iggy Pop altijd leuk en zorgt hij voor een lichtpuntje in de avond, met nagenoeg dezelfde show als op Lowlands 2006. Verder zet Jamie T een kwalitatief hoogstaand maar vrij eentonig optreden neer.

Na een nacht van vrijwel geen slaap en een opdracht in Antwerpen, kom ik vrijdag pas aan het einde van de middag weer terug op het terrein. Dat stinkt nog sterker naar verschraald bier en enorme hoeveelheden uitwerpselen. Gelukkig kan ik nog net een stukje Pop Levi meepikken. De zaal is bijna leeg. Glamrock, disco en zoete pop is voor de meeste bezoekers waarschijnlijk een onbegrijpelijke combinatie. Maar gehuld in een lekker speelpakje is Levi voor de aandachtige luisteraar meer dan de moeite waard.

Na zijn optreden gaan we achtereenvolgens naar de hilarische Zweden van The Hives, om vervolgens onbeschaamd te genieten van de edelkitsch van Patrick Wolf (zie foto), teleurgesteld te raken door het dramatische geluid bij Arcade Fire en een matig optreden van Turbonegro te aanschouwen. Met een sterk ministukje Smashing Pumpkins en een flits van Mouse on Mars komt voor ons een einde aan Pukkeltjespop. Alwaar wij veel goeds zagen, maar steeds verlangden naar het Hollandse Lowlands.

RING RING (3)

Nokia6233 Het langverwachte einde van de RING RING-trilogie is in aantocht. Zet je stoel stevig voor de computer en houd popcorn binnen handbereik.

De telefoon ging weer over. 1, 2, 3, 4, 5, 5 maal. Niemand nam op. Ik keek het meisje aan. Zij draaide zich om en huppelde weg. ,,Kom maar bij mij’’, riep ze vrolijk. Ietwat nieuwsgierig volgde ik haar huppelende lichaampje. ,,Kom maar bij mij’’, zong ze steeds vrolijker naar me. Haar tekst kwam me bekend voor. Het meisje bleek een goede huppelaar. Haar huppeltempo was ongelooflijk. Al snel moest ik de grootste moeite doen om haar bij te houden.

Met het zweet dat van mijn rug richting bilspleet droop volgde ik. Ze huppelde door de straten richting een buitenwijk. Voor ons doemde grote villa’s op.

Opeens waren we in het bos. Overal om ons heen waren bomen, struiken en omgevallen bomen. Op elk van hen zag je kleine druppeltjes dauw. Het meisje huppelde nog steeds voor me uit. Maar ik hield het niet meer. Mijn rokerslongen waren op. Zuchtend steunde ik heel even op een boom om uit te rusten. De moeheid verbeet ik. Voor me zag ik het meisje uit mijn zicht verdwijnen. Bijna rolde er een traan uit mijn ogen.

Toen voelde ik de boom bewegen. Met grof geweld werd ik omver geduwd. Boven me hoorde ik een zware stem: ,,Zeg meisje, wat doe jij in dat bos?’’ Ik antwoordde niet direct. Weer klonk de diepe basstem: ,,Zeg, hej meisje…ik vroeg je wat…zeg eens wat…’’ Voorzichtig begon ik te vertellen over mijn avonturen van de dag. Terwijl ik praatte voelde ik opeens zachtjes een tak op me neerkomen. Langzaam bewoog hij over mijn hoofd. Het voelde fijn.

,,Zeg eens’’, zei ik tegen de boom. ,,Weet jij hoe we bij dat meisje kunnen komen die net voorbij huppelde?’’. De boom bulderde: ,,Natuurlijk weet ik dat, dat is immers het huppelmeisje.’’ Ik knikte verlegen. De boom lachte nogmaals zo hard dat een grote plens dauw vanaf zijn bladeren op mijn hoofd terecht kwam. ,,Groot, groot meisje toch’’, zei hij tegen me. ,,Spring maar op mijn takken, dan breng ik je naar haar toe.’’ Met een acrobatische sprong, zoals je van mij zou verwachten, sprong ik op zijn weelderige takkenbos.

Binnen twee minuten stonden we voor een huisje. Een mooie grote houten villa midden in het bos. Voor het huis stond het huppelmeisje. ,,Ik heb G.J. aan de telefoon gehad’’, gniffelde ze. ,,Het was heel gezellig, we hebben over van alles en koeien en kalveren gepraat.’’ Vragend keek ik haar aan. ,,En mijn telefoon? Zei hij daar nog wat over?’’

,,Oh, ja hoor. Hij heeft hem gevonden, hij lag achterin zijn sportwagen.’’

,,En? Hoe krijg ik hem nu terug?’’, er klonk weer iets van wanhoop in mijn stem.

Nog voor het huppelmeisje een antwoord kon geven, kwam er een klein bosnimfje het huis uitgevlogen. ,,Telefoon voor mevrouw Van der Molen’’, zong ze. Toen ik mijn hand opstak, zweefde ze naar me toe. In een van haar handen, of waren het vleugels ?, zat een telefoon. Niet mijn telefoon.

Vanuit de telefoon van het huppelmeisje klonk een bekende stem. G.J. sprak. ,,Morgen. Kwart voor twee. Uithof Utrecht.’’ Daarna werd de verbinding verbroken. ,,Kom op’’, zei de boom. Het huppelmeisje zwaaide. ,,Dag, dag wel thuis.’’ Voor ik het wist zat ik weer op de enorme tak van de woudkolos en werd ik een paar seconden later een treincoupe ingeworpen.

Omdat ik toch in de trein zat, ging ik maar naar huis. In mijn hoofd bleef de mysterieuze boodschap van G.J. zweven.

De volgende dag stond ik kwiek op. Veel te vroeg vertrok ik naar de Uithof. Daar ging ik zitten op een bankje. Het wachten leek eindeloos. Na uren wachten hoorde ik in de verte een stem. Automatisch keek ik omhoog. Ik zag twee takken zwaaien. Een grote boom zwaaide naar me en zei met suikerzoete stem: ,,Alles komt goed. Je zult nog lang en gelukkig leven.’’ Ik glimlachte en voelde opeens iets op mijn schoot.

Daar lag mijn mobieltje te stralen in de zon.

Ik pakte hem op en belde M. ,,Ik heb hem terug, ik heb hem terug.’’ M. lachte door de telefoon. Samen maakten we een vreugdedansje, ieder op zijn eigen plek.

(dit verhaal kan fictieve elementen bevatten)

Paardenmeisjes

Mlp

Het is vroeg in de middag wanneer E. belt. We kletsen wat over koetjes, kalfjes en misvormde mensen. Ik beschrijf de pijn in mijn rug, de holle kant ervan een het feit dat ik daardoor vrijwel mijn gehele jeugd als een eendje waggelde. E. lacht me heel hard uit. Vanzelfsprekend doet dat vreselijk veel pijn, maar ik brul van het lachen. Na de lachsessie is ze even stil.

Dan hoor ik: ,,Ja, waar ik eigenlijk voor bel…’’ Ik maak een slechte grap die iets met telefoons of niet te maken heeft. Zij is stil. Dan begint ze: ,,Ik vroeg me dus eigenlijk even wat af. Een tijdje terug was ik bij jou en toen keek ik eens rond in je kamer. Wat me nogal schokte was dat ik je My Little Pony nergens zag staan. Waar istie gebleven?’’

Over mijn kaken trekt het schaamrood. Het speelgoedpaard heb ik een paar maanden geleden van E. gekregen. Het was net zoiets als beide een gaatje in je hoofd boren en de hoofden tegen elkaar drukken. Bloedzusters. Dat werden we met de komst van het kleine paard. Zij had er ook één, net als een aantal goede vrienden. Ik was vereerd. Vond het paard briljant. Al had dat ook te maken met de kleur van het nepdier. Hij/zij was paars en dat is een ontzettend mooi. Het stuk plastic betekende veel voor me. Zoveel dat ik haar/hem na een aantal dagen een naam gaf en doopte. Treurig genoeg ben ik die vergeten. Net als het kleine paard. Door de verhuisstress was het was aan mijn aandacht ontsnapt. Ik vermoed dat hij uit mijn hotelkamer gestolen is, toen ik met M. aan het eten was in een nabijgelegen restaurant. Ik had het slechts even te rusten gelegd.

Toen E. me confronteerde met mijn slechte moederschap ging ik door de grond. Snel daarna verbraken we de verbinding. Verdrietig liep ik door mijn huis. Trap op. Trap af. Nergens zag ik het kleine paarse monster. Toen ging de telefoon. Het was een onbelangrijke telemarketeer met een slecht verkoopverhaal. Toch bleek slechts zijn verhaal ervoor te zorgen dat ik mijn zoekgeraakte plastic huisdiertje weer helemaal vergat.

Tot op de dag van vandaag.

Ps: Waar gaat dit stukkie eigenlijk over?  

Woven Hand-Tivoli (4 aug)

Wovenhand

Op King Me is weinig aan te merken. Het van leden wisselende project voert hun dromerige lo-fi keurig en kwetsbaar uit. In de grote zaal blijven ze echter steken op de achtergrond, vooral omdat de leden niet van het podium spetteren.

Dat is bij hoofdprogramma Woven Hand wel anders. Frontman David Eugene Edwards hoeft alleen maar te kijken om de volledige aandacht op te eisen. Wanneer hij zingt is zijn gekwelde ziel te voelen. Zijn ogen zijn steeds gesloten en zijn vuisten vaak gebald. Hel en verdoemenis schreeuwen zijn diepreligieuze teksten, terwijl zijn band een gepast donker en dreigend geluid neerzet.

Ze brengen een mix van oud en nieuw met ‘klassiekers’als Wooden Brother tot poëtische hoogtepuntjes als Winter Shaker. Steeds gespeeld in bluesy, snelle ritmes. Qua sound niet veel anders dan Eugene’s opgeheven band 16 Horsepower. Wel lijkt de frontman zelf veranderd.

Waar hij bij andere concerten tegen het einde geestelijk kapot leek te gaan, is hij in Utrecht bijna opgewekt. Hij laat in ieder geval niet, zoals in eerdere concerten, puur depressief zijn diepgewortelde worstelingen met geloof en leven zien. Daarmee is de prangende bij afloop van dit mooie concert: is David Eugene Edwards gelukkig(er) geworden?

Ring Ring (2)

(Wat eraan vooraf ging: scroll naar beneden)

Lichte paniek maakte zich meester. Dit was het moment om iets te doen. Normaal gesproken zou ik M. bellen en beginnen te huilen, maar dat ging vanzelfsprekend niet. Gelukkig zag ik een paar meter voor me een meisje staan. ,,Meisje, meisje’’, riep ik. Het meisje draaide zich met verbazing om. ,,Meisje, meisje’’, riep ik nog een keer. Het meisje keek me aan. In een drafje rende ik op haar af. ,,Hoi, euh…ik heb dus mijn telefoon. Kwijt! Weet niet waar, mag ik jouw telefoon lenen?’’ Wonderbaarlijk genoeg begreep het meisje me.

Ze rommelde in haar tas en haalde er een mooi exemplaar uit. ,,Ja, euh…Ken jij toevallig G.J.?’’ Ik had weliswaar nu voor even een telefoon, maar bedacht me dat ik geen enkel nummer bij me had. Die stonden allemaal in de verdwenen telefoon. Het meisje antwoordde: ,,Is dat niet de zoon van B.?’’ Ik dacht even en zei toen: ,,Ja, ik geloof dat B. de vader is van G.J.’’ Zo stonden wij daar wat te keuvelen. Nog steeds zonder nummers.

Uiteindelijk dacht ik aan het festivalkrantje van de Zwarte Cross in mijn tas. Daar stond een nummer in. Van het kantoor. Het meisje dacht dat ze daar waarschijnlijk wel het nummer van G.J. zouden hebben. Want zij kende hem niet. Ze wist alleen dat hij bestond.

Het Zwarte Cross-kantoor bleek inderdaad het nummer van G.J. te hebben. In de volle overtuiging dat mijn telefoonleed nu over zou zijn draaide ik het nummer.

G.J. nam niet op.

Weer draaide ik het nummer.

G.J. nam niet op.

Weer draaide ik het nummer.

G.J. nam niet op.

Weer draaide ik het nummer.

G.J. nam niet op.

Weer draaide ik het nummer.

G.J. nam niet op.

Weer draaide ik het nummer.

G.J. nam niet op.

Zenuwachtig keek ik het meisje aan. En weer draaide ik het nummer.

Wordt vervolgd

Cross = Cool

Img_4872

Img_4882

Blokjes hierboven

Lieve luisterkindjes

Wie kan mij vertellen hoe ik kan prutsen aan dit blokje hierboven (pijltje wijzend naar boven)

zelf snap je ook wel dat er nog maar weinig dolle luisterbeurten zijn met Frank Black en Martin Luther, de ene plaat is namelijk ruk en de andere is soul. Dat komt er echt niet elke dag in.

Omdat ik niet graag van bedriegen beschuldig wordt, Rianne heeft heel groot op haar log staan dat ze naar Frank Black luistert maar dat is niet zo, wil ik het graag veranderen

Momenteel beleef ik namelijk dolle draaibeurten met Menomena, Spoon, The Thrills, The White Stripes en Queens of the Stone Age.

Zodat jullie dus wel even weten dat ik drie jaar naar dato niet alleen naar die slechte plaat van Frank Black luister...

pff

(de Pixies krijgen overigens nog wel airplay)

Ring Ring

Ik ben er ook één. Zo iemand die gewoon niet zonder kan. Die wel altijd dacht ze het kon, maar uiteindelijk jammerlijk faalde.

Dat kwam zo. Op een mooie zonnige dag ergens in juli was ik in het u welbekende Lichtenvoorde. Aldaar mocht ik voor de fijnste krant van Nederland een voorverhaal schrijven over de beroemde Zwarte Cross. Eén van de organisatoren van het evenement was een zekere G.J. Met enige trots en plezier werd ik door dit uiterst kleurrijke personage opgehaald van het station. De trots en het plezier was voor een deel gericht op het vehikel van G. Een ongelooflijke hippe sportwagen cabrio die met geen pen te beschrijven valt. (Dat kan natuurlijk wel, maar liever plak ik hier morgen een foto onder.)

Vanzelfsprekend was het ritje in de wagen één om te onthouden. Als een koninginnetje kreeg ik de neiging om de wuiven naar de mensen langs de weg. Iets wat ik dan ook deed. Dit was werkelijk een pleziertochtje, al heeft dat weinig te maken met het plot van mijn tragische verhaal. Daarom maken we een sprongetje in de tijd.

Na het interview met G.J. reden we terug in het supermobiel naar het station. Omdat er voorin weinig ruimte was wierp ik mijn tas met een zwaai in de achterbak. Dat had ik beter niet kunnen doen. Na een hand en zwaai vertrok G.J. Ik bleef achter en besloot M. te verrassen met een belletje. Met mijn rechterhand rommelde ik in mijn tas terwijl mijn linkerarm laveloos langs mijn lichaam hing. Ik rommelde, rommelde en rommelde. Mijn hand vond niets. Met een woeste beweging kiepte ik de inhoud van mijn Freitag-tas op de grond. Ik vond een portemonnee, zakdoekjes, tampons, een mini-Ipod, een boek van Paul Auster en het Jovink fanclubblad. Geen telefoon dus. Flinke paniek kwam in me op. In een flits zag ik mezelf weer die tas in de achterbak van de straffe auto gooien. Wanneer ik het beeld verder opriep zag ik zelfs vanuit mijn ooghoeken mijn Nokia 6233 uit de tas glippen en neerkomen op de bodem van de achterbak…

Wordt vervolgd

Merguez

Zwetend worstel ik me door de massa. Via bezwangerde buiken en goedgevulde mannenbillen kom ik naar voren. Recht voor de kassa. Daar staan voelt als een nare droom. Ellebogen porren in mijn zij, de knoflookadem van een bezwete man waait mijn neusgat in terwijl twee echtelieden over mij heen hun ruzie uitschreeuwen. Ik hou mijn adem in.

Gelukkig is één van de twee ruziemaker snel aan de beurt bij de Lombokse slagerij. Met luide kreten maakt ze duidelijk welke dode dieren in haar tas gestopt moeten worden. Ik walg een beetje van het vele bloed in de kleine ruimte en probeer de knoflookadem van mijn buurman te ontwijken. Wanneer ik dat doe ruik ik opeens mezelf. Een onaangename zweetgeur welt van onder de oksels op. Het bloed stroomt mijn gezicht binnen en diepe schaamte komt op. Snel negeer ik het en trek een hooghartig sniffend gezicht, alsof een ander de stank produceert.

Ondertussen werp ik een blik op de vitrine. Daar liggen nog ongeveer 30 merguez-worstjes. Ik moet ongeveer 30 merguez-worstjes hebben voor de grote barbecue in mijn huis. Groot probleem is echter dat de merguez-worstjes op ieder moment door één van de andere wachtende klanten kunnen worden weggepikt. Bijvoorbeeld door de man met de knoflookadem, het meisje met de zwangere buik of het nog altijd ruziemakende stel.

Na iedere klant die het woord merguez niet in de mond neemt haal ik opgelucht adem. Dan is er opeens nog maar één wachtende voor me. Het is niemand minder dan de man met de knoflookadem. Traag wendt hij zich tot de vriendelijke jongen achter de balie. ,,Merguez-worstjes heeft u die nog?’’ Mijn hart slaat zes keer over en donkere wolken pakken samen boven mijn hoofd. Als ik transformer geweest was zou ik nu veranderen in een boosaardige robot. De man met de knoflookadem lacht naar de vriendelijke jongen achter de balie. In een buitenlandse taal vertelt hij het aantal worstjes dat hij wil hebben. Althans, dat vermoed ik.

Met knikkende knietjes doe ik een klein schietgebedje, waar ik me direct weer voor schaam. Dan pakt de vriendelijke jongen de worstjes. ,,Het zijn er vijf!!!!’’, schreeuw ik uitgelaten door de slagerij. Sommige mensen kijken wat vreemd. Dan betaalt de man met de knoflookadem en is het eindelijk mijn beurt. Met glimmende ogen bestel ik vijfentwintig merguez-worstjes. De barbecue is gered en als een kind zo blij huppel ik naar buiten. De zon in op weg naar huis, waar precies 24 uur later de geur van merguez-worstjes op zal stijgen.

Stalker

Ieder bedrijf heeft zijn eigen gek. Bij het ANP heet hij T.

T. werkt niet op de redactie, maar is wel iedere dag aanwezig. Voornamelijk in de mailbox, al klinkt zijn stemgeluid ook vaak door de telefoon. T. stalkt het ANP al jaren. Ik vind dat fascinerend. Mijn eerste keer met T. staat me nog helder voor ogen.

Het was nacht. De lichten op de redactie waren in de hoeken gedimd. De grote vloer ademde rust uit. Enkel het geluid van mijn voorzichtig tikkende vingers op het toetsenbord klonk door de ruimte. Mijn enige collega was net een kopje koffie aan het halen. Toen ging de telefoon.

,,Redactie binnenland, met R. van der M.’’

,,Dag mevrouwtje van der M.’’

,,Eh, dag met wie spreek ik?’’

,,Falderielalala, met T.’’

,,Pardon?’’

,,Leve de koningin.’’

,,Eh…’’

(begint te zingen) ,,Er is er één jarig, lalala…’’

,,Huh?’’

,,Mevrouwtje, sappelepauwtje…daaag’’

Tuut-tuut-tuut

De lijn is dood.

Vragend kijk ik om me heen. Buitenland-collega R. begint te lachen. ,,Dat was T. zeker, he?’’. Ik knik. Hij lacht nogmaals en hikt erbij. ,,Wie is die T. dan? ’’, vraag ik met bibberende stem. ,,Och, dat is gewoon de huisgek. Hij belt en mailt iedere dag.’’ Weer knik ik. Weken later weet ik dat hij de waarheid spreekt.

Toch ben ik tot op de dag van vandaag geen extra informatie over T. te weten gekomen. Al kan ik zijn telefoontjes steeds meer waarderen. Niet iedereen zingt tenslotte midden in de nacht liedjes voor me. T. wel en vaak zo vals dat mijn eigen zangkunsten opeens van hoog niveau lijken te zijn.

Had iedereen maar zo’n stalker.

Luisteren!

Eindelijk kan ik weer eens mijn OOR goed te luister leggen. Weliswaar kon dat afgelopen maanden ook, maar het was anders. Nu ben ik namelijk omgeven door mijn cd’s, platen, boeken én gloednieuwe kast. Dat verhoogt het genot. Temeer omdat we ons nog midden in de kluspraktijken bevinden.

Ergens vlak voor één van ons de boor in de muur zet loop ik naar het gare stereotorentje met het brakke geluid. Vol geluk staar ik naar de ruimte aan de overkant. Daar bevindt zich het prachtige Tomado-rekje waar het gros van mijn cd’s keurig over verdeeld is. Mijn ogen glijden langs de titels. Bright Eyes? Blur? Devendra Banhart? Bij allen sta ik twijfelachtig stil.

Eindelijk valt mijn blik op de Belle and Sebastian-verzameling. Puur op gevoel pik ik Storytelling eruit. De cd die vrijwel niemand echt mooi schijnt te vinden, maar die bij mij enkel gevoelens van liefde, vreugde, harmonie en andersoortige prettige dingen oproept.

Wanneer het cd-uitschijf-klepje dicht zoeft weet ik genoeg. Het stereotorentje stoot moeizaam, na drie maanden stilstand, haar eerste klanken uit en laat de muziek liefdevol beginnen. Dan popt mijn oor helemaal open en stromen de klanken naar binnen. Een gelukzalig gevoel rent mijn hartje in. Dit is met haar romantische melodieën, lichtvalse zang, hobbelige toetspartijen en vrolijke violen namelijk dé ideale soundtrack voor een middagje verhuizen met het raam open.   

Er was iets met een aap

er werd niet veel gezegd

Img_0416_1 Img_0416_1

Img_0416_1maar het kon ook alweer de reclame zijn

Oerol 2007

,,Oh, sorry'', zegt het meisje met het hippe haar

ze lacht heel vrolijk

ik lach terug en wrijf wat aan mijn pijnlijke voet

,,Gaat het een beetje?'', vraagt ze

ik antwoord dat haar kisten me weinig pijn hebben gedaan en glimlach

zij lacht terug en samen heffen we het glas

Dit is oerol

hier zijn is iedereen lief voor elkaar

hier rock 'n rollen we gebroederlijk bij de Seatsniffers

pinken een lachtraantje weg bij straattheater

giechelen we zachtjes bij Meindert Talma

en drinken we biertjes op de straat

tot de alcohol naar ons hoofd stijgt

en

we ons samen liederlijk gedragen

tot iemand met loeizware kisten je been door midden splijt

dan vertrekt je gezicht heel even

maar al snel kun je alleen maar wrijven en lachen

mooi...

Laat ons vrolijk zijn

De ochtend is al lang gestopt met gloren

maar hier straalt ie nog even door

de tandarts heeft me weliswaar pijn gedaan

maar leek het niet leuk te vinden

terwijl ik met een bloedende mond zijn praktijk verliet

had ik enkel zin in eten

al smaakte dat bloed niet zo gelukkig

even later stapte ik mijn kantoortje binnen

dacht ik aan mijn nieuwe huis

de bergen werk

oerol

en alles wat me nog meer lijkt in te halen

en potjandikkie

toen kwam de conclusie

het leven is goed

wellicht?

Okay, dan doe ik wel een scherpe foto

Img_0285_1 Omdat jullie alletwee zo enthousiast reageren op het fotoparadijs, heb ik besloten één van mijn scherpe foto's hierbij te plakken. Het betreft geen aap dit keer, maar een schattige gecko die net aan zijn ontbijt begint

Van www.myspace.com/radiomortale

(onder de noemer: hi hi)

Woensdag 6 juni speciale gastpresentatrice: journaliste Rianne van der M.

A.s. woensdag 6 juni hebben we een speciale gastpresentatrice in de studio van Radio Mortale: Rianne van der M., journaliste van onder andere het Algemeen Dagblad, Live XS, OOR en ANP. Zij zal samen met Jasper de uitzending verzorgen en enkele van haar favoriete Nederlandse platen verzorgen. Stem daarom morgen tussen 20 en 21 uur af op op Salto Radio 1 (Stads FM) via 106.8FM (ether), 88.1FM (kabel) of luister via internet.

Alvast een kameleon

Img_0313

Alvast een aapje

Img_0382_3 een klikbare aap

die onscherp blijkt te zijn

Witte zwakte

Vazaha vazaha, klinkt vanuit een donkere steeg wanneer we langslopen. Wat voorzichtig kijken we op. Ondertussen vinden de schreeuwers bijval en een paar seconden later gillen 20 schoolkinderen ons toe. Lachend en wijzend op onze witte gezichten. Want wij zijn wit. Heel erg wit zelfs, want het warme zonnetje weigerde dienst op Madagaskar.

Zij, de kinderen, zijn donker. Sommige bijna Afrikaans, andere licht en met Chinese trekken. Ze zijn smoezelig en mager, maar lachen vrolijk. Vooral om de grote attractie die zich voor hen afspeelt. Twee vazaha's, witten, lopen door hun straat. En waar hun ouders zich netjes houden, door alleen met open mond te staren of vanillestokjes in onze kontzakken te duwen, brullen de kinderen van het lachen. Deze minimensjes in Tana (hoofdstad van Madagaskar) zijn niet de enige. Ondanks het toegenomen toerisme blijft het bijzonder voor veel locals om een witte te zien. Dat is niet altijd in positieve zin. In de straten van de hoofdstad voelde ik me vaak de Niet Populaire Bekende Nederlander. Interessant genoeg om naar te roepen, maar eigenlijk niet hip genoeg om wat vriendelijks tegen te zeggen.

Toch wil dat soms ronduit vervelende gedrag niet zeggen dat Malagassisch onvriendelijk zijn. Het tegendeel is eerder waar. Veel Malagassisch toveren graag hun tandeloze glimlach tevoorschijn voor de witten. Vaak uit echte vriendelijkheid, maar ook regelmatig omdat een witte geld in het laatje kan brengen. Alleen met mensen die we wat beter leerden kennen, gidsen bijvoorbeeld, ontstond een milde vorm van vriendschap. Zo was daar in het totaal ongerepte woud van de peninsula onze gids. Zijn echte naam is kwijt, maar een stel Franse boomklimmers noemde hem Jean-Michel en onze gids vond dat wel best. En daarom vonden wij het ook best.

Jean-Michel was rond de 30, had voor het laatst gedouchet tijdens de EK-finale van 1988 en lachte de hele dag. Al 's ochtends vroeg bij een rondgang door zijn dorpje begon zijn gegiechel. M. wees op een enorme ingestorte brug. J-M kwam niet meer bij van het lachen. ,,Yes, there was a wind and it was booom. hahaha.'' Dat was het einde van de brug en tijdenlang konden de dorpsbewoners vrijwel niet naar het andere deel van hun plaatsje over de rivier komen. Wanneer we s middags een wandeling maken vraag ik J-M naar de cyclonen. Weer begint hij te gieren. ,,You know, i had two houses. One for the cooking and one for the sleeping. Then the cyclone comes. Woooosssshhh my whole kitchenhouse in the air.'' Hij stopt even, valt in een onbedaarlijke lachbui. ,,Now I cook outside for three months.'' Lichtelijk bezorgd kijken we J-M aan. Later beseffen we dat dit hilarisch treurige verhaal pas het topje van de ijsberg is.

Word vervolgd   

Londonstani

9049950213300 Jaah, we hebben weer een nieuw boek dat ik graag aan mijn eventuele lezers wil opdringen.

Tot een half jaar geleden had ik nooit van Gautam Malkani gehoord en ook niet van zijn Londonstani. Toen hij me voor het eerst verscheen in de boekwinkel, is het gebeurd. Ik geef toe: ik val op uiterlijk en vooral van boeken. Dus moest ik Londonstani hebben. Op die mooie witte voorkant kan je namelijk de gouden titelletters voelen.

De inhoud bleek ook fijn.

Londonstani valt misschien het beste te vergelijken met Trainspotting van Irvine Welsh. Net als Welsh schets Malkani het leven van een groep jongeren. Daarin rolt hun verhaal zich voor de lezer uit, zonder directe moraal. Het lijkt eerder een navertelling van een waar gebeurd verhaal dan fictie.

In Londonstani is Jas de verteller. Hij hoort bij een groepje coole Paki’s die het leven in Londen onveilig maakt. Bij hun zijn mooie meisjes bitches en goede vrienden bruvvers. Maar dat kan iedere dag anders zijn, want het groepje ziet zichzelf als vrij gevaarlijke modderfokkers. Ze vechten graag en houden zich bezig met lichte criminaliteit. Maar het liefst praten ze in hun slang tegen elkaar. Dat levert vaak hilarische observaties van hun materialistisch ingestelde wereld op. Om indruk te maken op een meisje leent Jas bijvoorbeeld de Porsche van een vriend. Als hij haar vervolgens een dag later met zijn moeders auto komt ophalen blijkt het meisje die veel mooier te vinden. En ook de zogenaamde stoere taal die de sukkelige Jas probeert zo heftig mogelijk uit te spreken, zorgt regelmatig voor grappige situaties. Ondertussen raken de jongens steeds dieper verstrikt in witteboordencriminaliteit. Hoe verder ze daarin gaan, hoe spannender het boek wordt.

Londonstani is niet alleen een uitermate geestig en spannend boek. Malkani beschrijft op treffende wijze het leven in de Londense straatcultuur, waar veel culturen als kemphanen tegenover elkaar staan. En hoe gemakkelijk het is om daar compleet verstrikt te raken in de criminaliteit. Daarnaast beschikt Malkani over een vloeiende stijl, die de rauwheid van de straat in tact houdt en de psyche van hoofdpersoon Jas op knappe wijze ontleedt.

Riannski says: ,,Liefhebbers van dit genre zullen smullen''

Bij gebrek aan inspiratie

Omdat iemand ooit heeft besloten dat een schrijvende journalist ook daadwerkelijk moet schrijven, dit bericht. Sinds een tijdje ben ik zo'n schrijvende journalist. Dat betekent vroeg of wat later uit je bed rollen en schrijven, schrijven en nog eens schrijven.

Als dan het werk gedaan is, blijft er weinig te schrijven over. Boeken, films en muziek eisen de aandacht op. Ook leuk, al blijft het weblog daardoor ongevuld. ook al heb ik mezelf minstens 12 keer voorgenomen om hierop mooi boekrecensies te kwakken.

Nu is dat nog niet het geval, maar ik heb al wel een paar fantastische titels die ik de laatste weken heb gelezen zonder recensie (nou ja, met een miniscule dan...)

Joey Goebel - Het Kan Altijd Erger (absoluut het beste boek wat ik het afgelopen jaar las. Fantasierijk, mooi in elkaar gevlochten en met een onmiskenbaar rock n roll-gevoel)

Zoe Heller - Kroniek van een schandaal (een spannend drama over vriendschap tussen twee vrouwen en de schandalen die tussen hen in staan. De verfilming is nog angstaanjagender (Notes on a Scandal) met een helse Judi Dench in de hoofdrol.)

Guus Bauer - De Lokkende Diepte (mooi historisch verhaal over een wederkeer naar Tsjechie, waarbij vooral de oude dorpsverhalen die worden verteld prachtig zijn. Eén daarvan wordt verfilmd door de regisseur van One Flew Over The Cuckoo's Nest - Milos Forman -. Het slot is helaas wat onbevredigend.)

Paul Auster - Op Reis in het Scriptorium ( Verwarrend verhaal, niet in het minst voor de hoofdpersoon zelf. Zijn hoofd is in de war en hij weet niet wat hij in een klein wit kamertje doet. Zijn opsluiting is spannend, hilarisch en geeft stof tot nadenken. Het einde is onbegrijpelijk, maar misschien ook niet.)

Benjamin Kunkel - Besluiteloos (Ook één van de grootste ontdekkingen van de laatste tijd. Hoofdpersoon Dwight kan geen keuze's maken. Hij krijgt een bijzonder medicijn wat hem moet helpen. De avonturen van Dwight zijn even hilarisch als herkenbaar en Kunkel schetst een prachtig tijdsbeeld.) 

Jaarlijst Concert

Jaaah, daar issie weer...

1. Big Star (Alex Chilton) – Tivoli (21 feb)

2. Belle and Sebastian – Paradiso (8 mei)

3. Alamo Race Track in de kleedkamer tijdens Excelsior 10 jaar (4 juni)

4. Prima Donkey op Crossing Border (16 nov)

5. Sufjan Stevens – Gloria Theater Keulen (10 nov)

6. Damien Jurado – Club 3voor12 en Ekko (22 en 25 nov)

7. Spinvis in de huiskamer van Mark (19 nov)

8. Nick Cave World Forum Convention Center (18 sep)

9. Franz Ferdinand – Tivoli (27 juni)

10. Jens Lekman – Rotown (19 feb)

Deze foto...

kan ik niemand onthouden

Klik op de foto voor een vergrotingMorrissey_smiths1

Jaarlijst

tja, tja, tja het is vroeg, ik weet het...

Maar het lijstje moest deze week al ingeleverd worden

hier volgt de exclusieve voorpublicatie

(en graag zie ik ook de lijstjes van mijn twee lezers)

1.Raconteurs_steadypic_1The Raconteurs – Broken Boy Soldiers

2. Belle and Sebastian – The Life Pursuit

3. Arctic Monkeys – Whatever People Say I Am, That’s What I’m Not

4. Cat Power – The Greatest

5. I’m From Barcelona – Let Me Introduce My Friends

6. Johan – THX JHN

7. The Veils – Nux Vomica

8. Damien Jurado – And Now That I’m In Your Shadow

9. Admiral Freebee – Wild Dreams Of New Beginnings

10. Isobel Campbell en Mark Lanegan – Ballad of the Broken Seas

De week die was (woensdag)

Het begon allemaal met Damien. Over Damien heb ik al eerder op dit log vrolijk geschreven en dat is niet omdat ik zo op zijn uiterlijk gesteld ben. Damien Jurado is namelijk een goed gevulde Amerikaan én zanger. Zanger van heel mooie liedjes. Liedjes die je mee kan zingen, zacht neurieen of waarop je met je hoofd kan tollen. Dat deed ik dus ook vorig week woensdag in het altijd gezellige Club Lek. Volgens presentator Eric Corton opvallend. De volgende dag beschreef hij namelijk het haast sektarische jubelende gedrag van mijn mannenvrienden en ik. Wij konden niet anders, onze gevulde Amerikaanse leider bracht ons in extase.

Alsof dat niet genoeg was voor één avond, waren de verkiezingen live op tv. Mijn stem was naar Huub Oosterhuis gegaan, de lijstduwer van SP. Ik had daar een mooi verhaal bij bedacht, maar weinig mensen leken geinteresseerd. En aangezien jij toch de tijd hebt genomen om dit log te lezen, val ik je ermee lastig.

Ik heb een hekel aan lijstduwers.

Waarom vraag je me. Ik vind lijstduwers belachelijk. Deze mensen hebben namelijk geen zin om de politiek in te gaan en zetten zich toch op een lijst. Eigenlijk betekent het dat ze nutteloos op die lijst staan, al heeft een of andere idioot ooit bedacht dat Bekende Nederlanders je helpen om je lijst te duwen onder de neuzen van mensen. Nou dacht ik: ,,Daar moet een einde aan komen.'' Natuurlijk kan ik dat gewoon van de daken schreeuwen, maar dat heeft weinig zin. Niemand in Zaandam verstaat Nederlands. Dus ondernam ik actie. Ik wilde al SP stemmen en koos daarom de lijstduwer. Iedereen die een beetje oplet weet dat de SP er goed voorstond in de peilingen. Dus als ik -en nog heel veel anderen- op Huub Oosterhuis zouden stemmen, hij stond op nummer 30, dan kon hij door voorkeursstemmen in de Kamer komen. Zoals sommige weten is Huub een geestelijk man en ik houd van geestelijke mannen in de Kamer. Bovendien hoopte ik dat hij door mijn stem gedwongen werd om in de Kamer plaats te nemen. En dat hij daar vervolgens van zou balen. En zich met een smoesje eronder uit probeerde te kletsen. En daarna een speech ging houden. Die ongeveer zo zou moeten gaan:

,,Ik heb spijt. Diepe spijt. Ik heb gedraaid en gelogen. Dacht dat mijn plaats op de lijst onverkiesbaar was. Zie nu in dat het volk mijn stem graag in de Kamer hoort. Ik zal hier aan moeten toegeven. En dat zullen alle andere lijstduwers ook moeten doen. Ja, jij ook Georgina Verbaan. Het had maar een haartje gescheeld of wij hadden jou ook in de Kamer gezien. En daar was, afgezien van wat politiek bewuste autoknutselaars, niemand blij van geworden. Zo wil ik oproepen aan iedere lijstduwer en elke partij. Laat de Bekende Nederlanders gewoon bekend zijn en laat ze zich alstublieft niet met de politiek bemoeien. Ik zal mijn plicht doen de komende jaren en hoop later een gedichtenbundel over het gekonkel in de politiek uit te brengen. SP-stemmers, bedankt!'' (...huilend laat hij zich troosten door Tjeerd en Trijntje)

Dat was mijn stemadvies, al is het natuurlijk net iets te laat. Dat was het ook op de afterparty van de SP, waar onze mooie avond eindigde. Daar zagen wij Kamerleden, quasi-Bekende Nederlanders, presentatoren, Bekende Nederlanders, milieu-activisten, metaljongeren en dames in rode jurkjes uit hun plaat gaan. Ze dansten als apen, kotsten als overspannen zeehonden en knuffelden elkaar alsof ze zojuist Hitler hadden verslagen. Vanuit een hoekje keek Mao glimlachend toe. Even hoorde ik helemaal bij ze, tot ik een zacht dwingende wijsvinger op mijn schouderblad voelde. ,,Rianne?''

,,Ja'', knikte ik. ,,Met jou heb ik nog een hartig woordje te spreken, dame''. Niet begrijpend keek ik naar hem op. Pas toen zag ik zijn naam in de rode tomaat, die een badge voor moest stellen. Ik scande langs de letters, maar al na de H, de U en de U nam ik de benen. Onder de lijstduwer door naar de veilige wirwar van dronken socialen.

Of ik nog weleens wat doe...

http://www.ad.nl/uit/article813585.ece

http://www.oor.nl/deruit_concertverslagen_details.asp?id=415

geselecteerd als gefixeerd bericht

Dolle draaibeurten met.............. Tunng- Comments of the inner chorus (!!!!!)....... Frank Black - Fast Man, Raider Man....... Martin Luther - Rebel Soul Music....... Camera Obscura - Let's Get Out Of This Country....... The Veils - Nux Vomica.......

Er was iets met een tram

Vandaag kwam sinds tijden weer een berichtje de mailbox binnen. Nu komen er wel vaker berichtjes de mailbox binnen, maar die vallen meestal onder SPAM. Dit berichtje kwam van web-log en liet mij weten dat er nog steeds mensen op deze site komen.

Dat gegeven schokte mij hoedanig, dat ik besloot weer eens wat te schrijven. Die belofte had ik ook al eerder gedaan, maar vanzelfsprekend was daar niets van gekomen. Nu heb ik eindelijk weer eens wat beleefd, al is het moeilijk een echte belevenis te noemen.

Het was een maandagochtend. Ik had net een plaatsje in de tram van Muntplein naar Centraal Station bemachtigd. Mijn hoofd was vol. Even daarvoor was ik met tevreden gevoel uit Tuschinski gestapt. De fijne film (All The Invisible Children) spookte nog een beetje na in mijn hoofd. De zeven verhalen over criminele, zieke en gestoorde kinderen hielden me bezig. Ik wilde ook wat goeds voor kinderen en jongeren doen.

In de tram keek ik eens om me heen. Overal waren pubers. Sommige met gouden kettingen en een witte huid, andere met petjes en een halfdonkere of donkere huid. Allemaal hadden ze pukkeltjes. Vertederend keek ik om me heen. Tot ik achter me een zacht gerasp hoorde. Twee jongentjes hadden blijkbaar goed gekeken naar hun grotere broers en fluisterden vrij hard: pssst, pssst, rasta!

Nu weet iedereen dat ik op mijn hoofd een bosje dreadlocks heb zitten, dus je hoeft niet verbaasd te zijn dat ik me aangesproken voelde. Toch negeerde ik hun gerasp en droomde een beetje verder. Tot ik ze weer hoorde: pssst, pssst, rasta!

Ik wilde me half omdraaien om een vernietigende glimlach te geven, maar toen trok één van de jongentjes speels aan mijn haar. Ik moet bekennen dat er bij mij toen langzaam irritatiebultjes ontstonden. Toch wist ik niet wat te doen. De jongentjes waren niet van mijn cultuur en leken weinig zin te hebben in een tik op de vingers. Dus ik hield mijn mond. Ik voelde me met de minuut laffer worden. Tot ik weer iets aan mijn haar voelde. Een kleine stekende pijn schoot door mijn hoofd.

Ik draaide me om. Met mijn linkerhand omknelde ik de keel van het ene joch, terwijl de rechterhand het andere kereltje de lucht in wierp. Woest keek ik ze aan: ,,Is het nou afgelopen met dat gesodemieter?’’ Mijn stem klonk zwaar en bars.

Overweldigd door mijn sterke armen ontweken de jongentjes mijn blik. ,,Nou’’, zei ik. ,,Wat zeg je dan?’’. De puisterige kopjes van de mennekes werden roder en roder. De hele tram keek ademloos toe. Toen schraapte één van de heertjes zijn keel: ,,Sorry, mevrouw. We zullen ons van nu af aan gedragen.’’ Toen ze dat beiden 8 keer gezegd hadden, liet ik mijn greep verslappen. ,,Laat dit een les zijn’’, schreeuwde ik door de tram naar de andere puistige pubers. Iedereen knikte. En zo zijn alle pubers in Amsterdam nu opeens lief voor alle reizigers in de tram.

Noot: U snapt natuurlijk dat de laatste alinea volledig bedacht is. Ik ben nu eenmaal een laf paard en pubers zijn stom! 

Damien

nu in de luisterpaal

het verse werk

van broeder Damien -droefsnoet- Jurado

minder zelfmedelijden, droevig strot wordt warme zang, rijker georkestreerd

Boer zoekt vrouw gisteravond

Een boer leest een van zijn liefdesbrieven:

Boer: ,,Empathie, wat is dat dan?''

Boerenvriend: ,,Och, dat is gewoon sympathie, maar dan zonder sym''

Boer: ,,aaah''

Nieuw begin, part 231

Nog maar een paar minuten geleden heb ik besloten om mijn web/log nieuw leven in te blazen. Wel lastig daarbij is dat de knopjes op mijn toetsenbord door de war zijn. Ze doen namelijk in veel gevallen niet wat ik wil. Zo wil ik graag een streepje zetten tussen web en log, maar hij doet alleen maar /

Dat is jammer, maar niet meteen het einde van de wereld. Persvoorstellingen zijn dat wel. Het is natuurlijk prachtig om de hele dag gratis in de bioscoop te zitten en ook nog geld toe te krijgen ook, maar de zaak ligt net wat ingewikkelder. Ik ben er namelijk nog niet uit of persvoorstellingen sociale gebeurtenissen zijn of juist asociale.

Zelf bezoek ik ze nu een jaar en ken inmiddels 3 mensen. Dat is niet veel, als je bedenkt dat er vrijwel altijd meer dan tien mensen zijn, in wisselende samenstelling.

Eerst dacht ik dat je helemaal niet met elkaar mocht praten. De meeste journalisten komen als zombies binnen en verdwijnen meteen aan het einde -als buiten alles donker is-. Nu sta ik sowieso niet bekend om mijn uitmuntende sociale vaardigheden en besloot daarom contactgestoord te zijn, net als het gros van de zaal.

Tot er op een zekere dag een meisje naar me toekwam. Ze was aardig en maakte een praatje. Ik zei wat woorden terug. Een paar weken later kwam een jongen. Hij maakte een praatje en ik zei wat woorden terug. Weer later kwam een man naar me toe. Hij maakte een praatje en ik kon hem niet onderbreken. Zo maakte ik een aantal kennissen.

Pas vandaag kwam ik erachter dat kennissen hebben bij een persvoorstelling niet altijd in je voordeel is. Ik kwam moe en met wallen, net op tijd Tushinski binnen. Ik glipte in het donker naar binnen en bekeek mijn eerste film. Na deze productie -die overigens over monniken ging- haalde ik buiten een luchtje. Mijn hoofd sliep nog half en mijn gezicht en lichaam helemaal. Ik kneep mijn ogen open en spiedde tussen de oogbollen de hal in. Mijn eerste levensbehoefte was een sigaret en mijn laatste was contact met iemand, wie dan ook.

Voorzichtig zette ik mijn eerste voetstappen in de hal. Nog voor ik terug kon stappen klonk een vrolijke stem± ha, ga je nu al weg. ,,Nee,´´, zei ik. ,,guygiuwrqi¨q3k2+´´. Ik bedoelde dat ik niet wegging, maar het kwam er onbedoeld onaardig uit. Ik zette het op een sprinten en rende door de voordeur. De sigaret ging aan en mijn focus was gericht op de broodjeszaak. ,,Hoi,´´ klonk weer een stem. Het was de aardigste kennis van de persvoorstelling. Met een moeilijk gezicht probeerde ik hem te begroeten, iets wat jammerlijk mislukte.

Vanaf toen wilde ik alleen nog maar slapen, film kijken of slapen. In ieder geval niet meer praten en niet nog dommer doen dan normaal. Dus sloop ik weer de donkere zaal in voor de volgende film. Opgekruld keek ik naar het scherm en besloot nooit meer aan sociale contacten te doen.

Na afloop was het erg gezellig met mijn kennissen van de persvoorstellingen. Ik denk dat je niet sociaal hoeft te zijn.

 

Plaat van de dag (9 juni)

Theveils_03 The Veils - Nux Vomica

Op deze plaat worden Zaanse meisjes gedwongen te dansen of te springen uit de maat. Door de kamer en het huis, hopend dat de buurman niet naar binnen kijkt. Ergens klinken The Veils hier loom, maar de hele plaat blijft ritme houden en verveelt geen seconde. Zanger Finn Andrews laat op sublieme wijze de veelzijdigheid van zijn stem zien. Hij klinkt charmant a la Morrissey en dan weer donker en schel als Tom Waits. Soms is hij een gebroken man met een opengereten hart. Maar even later is hij weer de zwoele womanizer en de charme zelve. Terwijl elk nummer eigen spanning en sfeer heeft, is de plaat toch één geheel. Duisterdom en swingende popheid gaan hand in hand hier, met fantastisch resultaat. 

Paap

L. en ik zijn nog maar net neergezegen langs de Herengracht in Amsterdam. Plan van de avond is een kleine hoeveelheid wijn en bier drinken en dat wegslikken met luttele stukken chocolade. Als ik aan de fles Rosé lurk en L. een stuk BonBonBloc in haar mond steekt komt een bootje voorbij. Een klein, wit bootje. Op een groot roze kussen in de schuit zit een schattig meisje, een soort prinsesje. Naast haar zit een net geklede jongen. Beide zijn ergens in de twintig. De man aan het roer is een stukje ouder en lacht vriendelijk naar ons. ,,Willen jullie een stukje mee?’’ Ik denk nog heel even, maar L. zit al in de boot. Ik spring er snel bij en we zoeken een plekje naast de jongen en het meisje. Twee Amerikaanse meisjes glijden erbij. De boot is ooit wit geweest, maar nu helemaal beschreven. Paap, zo heet de aan het roer zittende eigenaar, neemt namelijk vaker iemand mee. Hij vindt het leuk om mensen gratis rond te leiden over de wateren van Amsterdam. Gewoon, omdat hij iets heeft (een boot) en dat eigendom graag wil delen met anderen. Dus vaart hij regelmatig over de grachten en pikt hier en daar wat mensen op. ,,Alle soorten hoor, van kak tot armoedig. Maar ik vraag het maar één keer. Ik ga niet vertellen hoe leuk dit kan zijn, iedereen krijgt één kans.’’ Paap heeft veel te vertellen. In de boottocht wijst hij gebouwen aan die we tegenkomen, met een kleine uitleg. Carré komt voorbij, varen we langs het weelderige Amstelhotel en onder prachtig verlichte bruggetjes. Het is bijna romantisch, al zijn L. en ik beide zonder man op pad. Van Paap krijgen we een stift. De kleur is geel en de opdracht simpel: zoek een plekje en schrijf iets persoonlijks op. De boot is al aardig vol getekend en dus kleur ik half over een paar vergane uitingen van toeristen. Ik pijnig mijn hersens en ontdek weinig creativiteit. ,,Deze boot is te gek, Paap’’ Aldus mijn enorm briljant verzonnen literaire hoogstandje. Maar goed, daar gaat het allemaal niet om. We maakten gewoon een boottochtje, dankzij iemand die gewoon graag iets voor mensen doet. Paap, die mensen een goede tijd wil geven en daar geen geld voor hoeft te hebben. Dat is tof en bijzonder, in deze individuele tijd. En dus vaarde we over de Amsterdamse wateren, deelden we onze chocolade, rosé en bier en was de wereld voor even perfect.